🏫 CSG Dingstede · Tech klas 2 · Projectopdracht

Verkeersveiligheid
in je eigen buurt

Jij bent verkeersonderzoeker én ontwerper. Je onderzoekt een onveilige verkeerssituatie en bedenkt hoe het beter kan.

Jullie zijn verkeersonderzoekers én ontwerpers 🔍

In dit project kijken jullie niet alleen naar wat er onveilig is in het verkeer, maar bedenken jullie ook hoe het beter kan. Jullie verzamelen echte gegevens, analyseren het gedrag van verkeersdeelnemers en schrijven een adviesrapport dat jullie pitchen aan de klas.

Wat ga je doen?

In 9 lessen werk je met je team aan een volledig verkeersonderzoek. Van het verkennen van de buurt tot het geven van een pitch.

🔭

Verkennen & kiezen

Je zoekt een echte onveilige verkeerssituatie in jouw omgeving en kiest samen met je team de meest interessante plek om te onderzoeken.

📊

Onderzoek doen

Je doet observaties, tellingen, interviews en deskresearch. Je verwerkt alles in nette tabellen en grafieken.

💡

Oplossingen bedenken

Je bedenkt twee oplossingen: één goedkope maar effectieve aanpak én één ideale oplossing zonder restricties.

🎤

Pitchen

Je presenteert je onderzoek en advies in een pitch van maximaal 5 minuten aan de klas.

Waarom is dit belangrijk?

Elk jaar zijn duizenden mensen betrokken bij verkeersongelukken in Nederland. Veel van die ongelukken gebeuren niet op snelwegen, maar gewoon in de buurt: bij de school, de supermarkt of een druk kruispunt.

Als jij leert hoe je een probleem kunt analyseren en oplossingen kunt onderbouwen, ben je niet alleen beter in verkeersveiligheid — je traint ook vaardigheden die je voor altijd meeneemt.

📌

Dit project sluit aan bij:

  • Onderzoeksvaardigheden
  • Samenwerken en plannen
  • Analyseren en redeneren
  • Communiceren en presenteren
  • Maatschappijleer & aardrijkskunde

Wat lever je uiteindelijk op?

🗺️ Situatieschets/plattegrond
📋 Observatieverslag
📊 Tabellen & grafieken
🎤 Interviewresultaten
💡 Twee uitgewerkte oplossingen
📄 Adviesrapport/verzameldocument
🎯 Pitch van max. 5 minuten
📚 Bronnenlijst

Wat leer je in dit project?

🧠

Kritisch denken

Je leert niet zomaar iets aannemen, maar bewijs je conclusies met echte gegevens.

🤝

Samenwerken

Je werkt met een team en leert taken verdelen, elkaar aanspreken en gezamenlijk beslissen.

🗣️

Presenteren

Je leert een duidelijk verhaal vertellen en je standpunt overtuigend overbrengen.

📐

Ontwerpen

Je bedenkt oplossingen die echt werken en onderbouwt waarom jouw keuze de beste is.

Overzicht van het project

Het project duurt 9 lessen, verdeeld over een aantal weken.

1
Start &
verkennen
2
Buitenles:
situaties
3
Buitenles:
observaties
4
Enquête &
schets
5
Analyseren
6
Oplossingen
bedenken
7
Uitwerken
8
Afronden &
pitch prep
9
🎤 Pitches
& inleveren

De opdracht in het kort

In dit project ga jij samen met je team een verkeersonveilige situatie onderzoeken. Dat kan in jouw eigen buurt zijn, onderweg naar school, of in de omgeving van CSG Dingstede. Jullie beschrijven het probleem, onderzoeken het grondig en bedenken twee oplossingen. Die oplossingen presenteren jullie in een pitchdocument en een pitch aan de klas.

🏫
Docenttip

Dit project is ontworpen zodat leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen. De website bevat alle benodigde informatie. Bespreek in les 1 het scrumbord en de rolverdeling.

Wat onderzoek je?

Een echte situatie kiezen

Je kiest een plek in de omgeving waar verkeer niet goed of niet veilig verloopt. Denk aan een druk kruispunt, een gevaarlijk fietspad, een schooluitgang of een zebra zonder goed zicht.

Goede situaties zijn bijvoorbeeld

Een smal fietspad dat gedeeld wordt met voetgangers • Een kruispunt zonder stoplicht waar auto's en fietsers botsen • Een schoolomgeving waar auto's gevaarlijk parkeren • Een drukke straat waar ouderen moeilijk kunnen oversteken.

Drie soorten verkeersdeelnemers

In jullie onderzoek moeten minimaal drie verschillende verkeersdeelnemers betrokken zijn. Denk aan: voetgangers, fietsers, bromfietsers/scooters, personenwagens, vrachtwagens, bussen, rolstoelgebruikers, kinderen, ouderen.

Gedrag onderzoeken

Je kijkt niet alleen naar de plek zelf, maar ook naar het gedrag van mensen. Rijden fietsers door rood? Parkeren automobilisten op de stoep? Steken mensen over buiten de zebrastrook? Dat gedrag is een belangrijk deel van je onderzoek.

De twee oplossingen

💰

Oplossing 1 — Minimaal budget, maximaal effect

Bedenk een oplossing die zo min mogelijk kost, maar toch een groot positief effect heeft. Denk aan borden, markering op de weg, campagnes, gedragsregels of kleine aanpassingen.

Voorbeelden: zebra beter markeren, bord plaatsen, flyers in de buurt, snelheidsherinnering.

🌟

Oplossing 2 — De ideale situatie

Stel je voor dat budget en regelgeving geen rol spelen. Hoe zou de perfecte, veiligste oplossing eruitzien? Denk creatief en durf groots te denken.

Voorbeelden: rotonde aanleggen, verkeersdrempel, oversteekplaats met slimme sensoren, schoolzone met automatische slagbomen.

Wat maak je?

📄

Adviesrapport / verzameldocument

Een compleet verslag met je onderzoek, bevindingen, analyse en twee uitgewerkte oplossingen. Dit is het hoofdproduct van het project.

🎤

Pitch

Je presenteert je bevindingen en advies in maximaal 5 minuten aan de klas. Helder, overtuigend en met beeldmateriaal.

⚠️
Let op

Ieder teamlid draagt actief bij aan zowel het verslag als de pitch. Dit wordt meegenomen in de beoordeling van samenwerken.

1
Verkennen — Kijk om je heen
Wat doe je?
  • Kijk onderweg naar school, sport of in de buurt naar mogelijke onveilige verkeerssituaties
  • Let op voetgangers, fietsers, auto's, scooters en andere deelnemers
  • Iedere leerling bedenkt zelf minimaal één situatie
Wat maak je?
  • Een korte beschrijving of foto van minimaal één situatie per leerling
  • Notities over wat jij onveilig vindt en waarom
Tips
  • Let ook op situaties die bijna-ongelukken veroorzaken
  • Maak foto's als dat veilig kan
  • Schrijf ook op: welke deelnemers zie je, wat doen ze?
Wanneer is het goed genoeg?

Je hebt minimaal één situatie beschreven met een duidelijke uitleg van waarom dit onveilig is.

💡
Handig hulpmiddel

Maak een voice memo op je telefoon als je geen pen bij je hebt. Zo vergeet je niets.

2
Kiezen — Eén situatie als focus
Wat doe je?
  • Bespreek als team alle ingebrachte situaties
  • Kies samen één situatie om verder te onderzoeken
  • Leg schriftelijk uit waarom deze situatie geschikt is
Wat maak je?
  • Korte onderbouwing van de gekozen situatie (5–10 zinnen)
  • Eerste vermelding van betrokken verkeersdeelnemers
Tips
  • Kies een situatie die je écht kunt bezoeken en observeren
  • Zorg dat er minimaal 3 soorten verkeersdeelnemers zijn
  • Is de situatie te makkelijk? Kies dan iets complexers
Wanneer is het goed genoeg?

Het team is het eens over één situatie en er is een duidelijke motivering waarom.

3
In kaart brengen — Teken de plek
Wat doe je?
  • Maak een duidelijke situatieschets of plattegrond van de plek
  • Zet verkeersborden, zebrapaden, stoplichten, wegmarkeringen en obstakels erop
  • Markeer duidelijk waar het probleem zit
Wat maak je?
  • Een plattegrond/schets met legenda
  • Een korte beschrijving van de situatie
  • Foto's als aanvulling (optioneel)
Tips voor de plattegrond
  • Werk netjes, met een liniaal als dat helpt
  • Maak een duidelijke legenda
  • Teken beweegroutes van verkeersdeelnemers
  • Laat zien waar het conflict of gevaar zit
Wanneer is het goed genoeg?

Iemand die de plek niet kent, begrijpt de situatie na het bekijken van jouw plattegrond.

4
Onderzoek doen — Verzamel bewijs
Wat doe je?
  • Voer observaties uit op de gekozen locatie
  • Doe tellingen van verkeersdeelnemers
  • Stel interviewvragen of enquêtevragen op en verzamel antwoorden
  • Zoek betrouwbare informatie via deskresearch
Wat maak je?
  • Observatieschema met bevindingen
  • Telformulier/tellingstabel
  • Vragenlijst + minimaal 3 ingevulde interviews/enquêtes
  • Notities van gebruikte bronnen
Tips
  • Tel minstens 15–20 minuten op een druk moment
  • Doe observaties op meer dan één tijdstip
  • Noteer ook bijzondere dingen die je opvallen
  • Zie de onderzoekshulp-pagina voor voorbeeldvragen
Wanneer is het goed genoeg?

Je hebt aantoonbare, echte data: tellingen, observatieaantekeningen én minimaal 3 interviewresponsen.

🔗
Handig hulpmiddel

Zie de Onderzoekshulp-pagina voor uitleg over observaties, tellingen en interviewvragen.

5
Analyseren — Wat zeggen de gegevens?
Wat doe je?
  • Verwerk tellingen en observaties in tabellen
  • Maak grafieken van belangrijke gegevens
  • Kijk welk gedrag opvalt en waarom
  • Trek conclusies: waarom is de situatie onveilig?
Wat maak je?
  • Minimaal twee tabellen met data
  • Minimaal één grafiek
  • Analyse-alinea: conclusie op basis van de data
Tips
  • Leg altijd uit wat een grafiek laat zien
  • Verbind je conclusie aan je data: "Uit de telling blijkt dat..."
  • Kijk of gedrag en inrichting allebei een rol spelen
Wanneer is het goed genoeg?

Je kunt uitleggen waarom de situatie onveilig is, met verwijzing naar je eigen data.

6
Oplossingen bedenken — Creatief denken
Wat doe je?
  • Bedenk zoveel mogelijk oplossingen (brainstorm)
  • Denk aan: gedragsbeïnvloeding, bewustwording, verkeersregels, wegindeling, hulpmiddelen, acties
  • Kies een doelgroep
  • Maak een mindmap of ideeënschema
Wat maak je?
  • Mindmap of lijst met minimaal 6 ideeën
  • Beschrijving van de doelgroep
Tips
  • Beoordeel ideeën pas nádat je ze allemaal hebt opgeschreven
  • Denk buiten de gebaande paden: apps, campagnes, wegontwerp
  • Koppel elke oplossing aan je onderzoeksuitkomsten
Wanneer is het goed genoeg?

Je hebt minimaal 6 ideeën en een doelgroep gekozen die past bij de situatie.

7
Keuzes maken — Twee oplossingen uitwerken
Wat doe je?
  • Kies de twee beste oplossingen uit je mindmap
  • Werk de goedkope, haalbare oplossing verder uit
  • Werk de ideale oplossing zonder beperkingen verder uit
  • Onderbouw waarom deze twee de beste zijn
Wat maak je?
  • Uitgewerkte beschrijving van beide oplossingen
  • Argumentatie waarom dit de beste keuzes zijn
  • Eventueel: schets of visual van de oplossing
Tips
  • De goedkope oplossing is niet automatisch minder goed
  • Leg uit welk effect je verwacht en waarom
  • Beschrijf ook wie de oplossing zou moeten uitvoeren
Wanneer is het goed genoeg?

Beide oplossingen zijn duidelijk beschreven en onderbouwd met argumenten die aansluiten op jullie onderzoek.

8
Uitwerken — Maak het adviesrapport
Wat doe je?
  • Bundel alle onderdelen in een netjes verzameldocument
  • Schrijf een inleiding, analyse, conclusie en advies
  • Controleer de bronnenlijst
  • Bereid de pitch voor
Wat maak je?
  • Compleet adviesrapport/verzameldocument
  • Pitch-presentatie (slides of poster)
  • Bronnenlijst
Tips
  • Lees het verslag na op spelfouten (of laat AI helpen)
  • Controleer of alle vereiste onderdelen aanwezig zijn
  • Oefen de pitch van tevoren op tijd
Wanneer is het goed genoeg?

Alle verplichte onderdelen zijn aanwezig, het verslag is netjes en de pitch is klaar.

📄
Handig hulpmiddel

Bekijk de Eindproduct-pagina voor een exacte checklist van het verslag.

9
Presenteren — Geef je pitch! 🎤
Wat doe je?
  • Presenteer in maximaal 5 minuten het probleem, het onderzoek, de resultaten en de twee oplossingen
  • Laat zien welk advies jullie geven en waarom
  • Verdeel de spreekrollen eerlijk
Wat maak je?
  • Pitch-presentatie (Canva, PowerPoint of poster)
  • Ingeleverd eindproduct vóór de pitches
Tips
  • Oefen van tevoren op tijd (gebruik een stopwatch)
  • Spreek luid en duidelijk
  • Gebruik niet te veel tekst op je slides
  • Begin met het probleem, sluit af met het advies
Wanneer is het goed genoeg?

Alle teamleden spreken, de pitch is maximaal 5 minuten, het probleem en de oplossingen zijn duidelijk.

⚠️
Let op

Stap 2 en 3 zijn buitenlessen. Zorg dat je klaar staat om direct naar buiten te gaan. Neem je telefoon of notitieboekje mee.

Stap Activiteiten Wat moet af?
Stap 1 Introductie van het project · Uitleg van de opdracht · Teams vormen · Eerste verkenning van mogelijke situaties · Scrum uitleg en scrumbord starten Teams gevormd · Scrumbord gestart · Ieder teamlid heeft minimaal één situatie bedacht
Stap 2 Buiten Buitenles: op zoek naar verkeersonveilige situaties · Foto's en notities verzamelen · Iedere leerling onderzoekt minimaal één situatie in de buurt Iedere leerling heeft minstens één situatie beschreven met foto/schets en korte motivering
Stap 3 Buiten Buitenles: gekozen locaties verder bekijken · Eerste observaties en tellingen uitvoeren · Situatie definitief kiezen · Taken verdelen op scrumbord Definitieve situatie gekozen · Plattegrond gestart · Eerste tellingen gedaan · Taken verdeeld
Stap 4 Interviewvragen en/of enquêtevragen maken en uitvoeren · Deskresearch starten · Situatieschets of plattegrond afmaken Definitieve plattegrond klaar · Minimaal 3 ingevulde interviews/enquêtes · Deskresearch gestart
Stap 5 Onderzoeksresultaten verwerken · Tabellen en grafieken maken · Probleem en gedrag analyseren Minimaal 2 tabellen en 1 grafiek klaar · Analyse-alinea geschreven
Stap 6 Oplossingen bedenken · Mindmap maken · Doelgroep kiezen · Eerste keuzes maken Mindmap met minimaal 6 ideeën · Doelgroep beschreven · Eerste keuze voor 2 oplossingen
Stap 7 Twee oplossingen verder uitwerken · Goedkope oplossing uitwerken · Ideale oplossing uitwerken · Advies opbouwen Beide oplossingen uitgeschreven en onderbouwd
Stap 8 Verzameldocument afronden · Bronnenlijst controleren · Pitch voorbereiden · Scrumtaken afronden Compleet verzameldocument gereed · Bronnenlijst klaar · Pitch-outline klaar
Stap 9 Pitches presenteren · Eindproduct inleveren · Korte reflectie op het project Pitch gegeven · Eindproduct ingeleverd

Checklist per stap

Gebruik deze checklist als team om bij te houden of jullie op schema liggen.

✅ Wat controleer je als team?

  • Heeft iedereen een taak op het scrumbord?
  • Zijn de taken van vorige les afgerond?
  • Weet iedereen wat hij/zij vandaag doet?
  • Helpt niemand een ander zonder eigen taak af te ronden?
  • Ligt het verslag bij?

🚨 Wat doe je als je achterloopt?

  • Bekijk het scrumbord: wat staat er nog in 'Te doen'?
  • Verdeel de achterstallige taken opnieuw
  • Maak grote taken kleiner en verdeel ze
  • Vraag gericht hulp aan de docent
  • Richt je op de verplichte onderdelen eerst

Wat is scrum?

Scrum is een manier om samen te werken waarbij je het werk verdeelt in kleine, overzichtelijke taken. In plaats van één grote taak te verdelen, maak je het werk inzichtelijk op een scrumbord.

Zo ziet iedereen wat er nog moet gebeuren, wie waarmee bezig is, en wat al klaar is. Dit helpt om eerlijk te verdelen en te voorkomen dat één persoon alles doet.

🎯 Waarom werken we met scrum?

  • Duidelijk overzicht voor iedereen
  • Eerlijkere taakverdeling
  • Je ziet direct of je achterloopt
  • Makkelijker om hulp te vragen
  • Je leert samenwerken zoals dat in veel beroepen gaat

Zo werkt een scrumbord

Een scrumbord heeft drie kolommen. Hieronder zie je een voorbeeld:

📝 Te doen
Plattegrond tekenen
Enquête maken
Bronnenlijst bijhouden
Grafiek van telling
Pitch oefenen
⚙️ Bezig
Observaties uitvoeren
Telling verwerken
✅ Klaar
Situatie gekozen
Interviewvragen opgesteld
Scrumbord gestart

Taken klein maken

Een goede taak op het scrumbord is klein genoeg om in één les af te ronden. Schrijf dus niet "Verslag schrijven", maar maak het kleiner:

  • Inleiding schrijven (½ pagina)
  • Beschrijving van de situatie schrijven
  • Tabel invullen met telresultaten
  • Grafiek maken van de telling
  • Conclusie-alinea schrijven

Voorbeeldtaken voor het scrumbord:

  • Situatie definitief kiezen
  • Buiten observeren + aantekeningen
  • Telling uitvoeren (20 min.)
  • Interviewvragen opstellen
  • Grafiek maken van observaties
  • Plattegrond tekenen
  • Twee oplossingen beschrijven
  • Verslag doorlezen op fouten
  • Bronnenlijst opmaken
  • Pitch oefenen op tijd

🚨 Wat doe je als je team vastloopt?

  • Bespreek wat er nog moet gebeuren (nu, samen)
  • Verdeel de taken opnieuw op basis van wie tijd heeft
  • Maak grote taken kleiner zodat ze in één les passen
  • Vraag gericht hulp (niet "wij snappen het niet", maar: "deze stap lukt niet")
  • Kijk op het scrumbord wat blijft liggen en pak dat samen aan
  • Prioriteer: doe eerst de verplichte onderdelen

Een goede observatie doen

Observeren is nauwkeurig kijken en opschrijven wat je ziet — zonder te oordelen. Je beschrijft gedrag, niet wat je vindt.

✅ Goed observeren: zo doe je dat

  • Sta op een vaste plek en kijk minimaal 15–20 minuten
  • Schrijf op wat je ziet, niet wat je denkt
  • Let op: wie, wat, wanneer, hoe vaak
  • Observeer op meer dan één tijdstip (bijv. ochtend + middag)
  • Maak aantekeningen in een schema
📋

Voorbeeld observatieschema

TijdstipDeelnemerGedrag
08:15FietserRijdt door rood licht
08:17VoetgangerSteekt over buiten zebrapad
08:20AutoParkeert op fietspad

Een telling doen

Met een telling verzamel je cijfers: hoeveel mensen, hoe vaak, welk soort? Die cijfers gebruik je later voor je tabellen en grafieken.

Zo doe je een eenvoudige telling

  • Stel van tevoren vast wat je gaat tellen (bijv. fietsers per 10 minuten)
  • Gebruik een turflijst of tel-app
  • Noteer ook de tijd en het weer
  • Tel op een druk moment én een rustig moment
  • Verdeel rollen: één persoon telt, één noteert
  • Tel minimaal 15–20 minuten per meting

Interviewvragen opstellen

Een goed interview helpt je begrijpen hoe mensen de situatie beleven. Gebruik open vragen die niet met ja/nee beantwoord kunnen worden.

📌 Voorbeeldvragen voor interviews

  • "Wat vindt u van deze verkeerssituatie?"
  • "Voelt deze plek voor u veilig of onveilig? Waarom?"
  • "Wie hebben hier volgens u het meeste last van?"
  • "Wat gebeurt hier vaak waar u zich ongemakkelijk bij voelt?"
  • "Wat zou er kunnen helpen om deze plek veiliger te maken?"
  • "Hoe lang gebruikt u al deze route?"

📝 Tips voor interviews

  • Vraag altijd eerst toestemming voor een gesprek
  • Stel bijvragen als het antwoord onduidelijk is ("Wat bedoelt u met...?")
  • Schrijf het antwoord zo letterlijk mogelijk op
  • Doe minimaal 3 interviews met verschillende mensen
  • Gebruik de antwoorden in je analyse

Een enquête maken

Een enquête is een lijst met vragen die mensen zelf invullen. Handig als je meer antwoorden wilt verzamelen dan met interviews mogelijk is.

💡
Handig hulpmiddel

Gebruik Google Forms of Microsoft Forms om een digitale enquête te maken. Zo zijn de resultaten makkelijk te verwerken in grafieken.

Een goede enquête bevat:

  • Een korte inleiding (waarvoor is de enquête, hoe lang duurt het)
  • Gesloten vragen voor cijfermatige data (bijv. schaal 1–5)
  • Open vragen voor meningen en ervaringen
  • Maximaal 8–10 vragen (anders haken mensen af)
  • Een bedankje aan het einde

Tabellen en grafieken maken

📊 Tabel

Gebruik een tabel om je telgegevens of vergelijkingen overzichtelijk te maken. Zet altijd een duidelijke koptekst boven elke kolom en een titel boven de tabel.

TijdstipFietsersVoetgangers
08:00–08:153412
12:00–12:151827

📈 Grafiek

Een grafiek maakt duidelijk wat de getallen betekenen. Gebruik een staafdiagram of lijndiagram. Vergeet niet de assen te benoemen en een titel te geven.

  • Staafdiagram: vergelijken van aantallen
  • Lijndiagram: verloop in de tijd tonen
  • Cirkeldiagram: aandeel van het geheel tonen

Bronnen gebruiken en controleren

Betrouwbare bronnen herken je aan:

  • Een duidelijke auteur of organisatie
  • Een recente datum (liefst jonger dan 5 jaar)
  • Verwijzingen naar andere bronnen of onderzoek
  • Geen commercieel belang
  • Overheidssites (.nl, .gov), universiteiten, erkende organisaties

Zo noteer je een bron (bronvermelding):

Website:
Auteur (jaar). Naam van het artikel. Naam van de website. URL

Voorbeeld:
Veilig Verkeer Nederland (2023). Verkeersonveiligheid bij schoolzones. vvn.nl. https://www.vvn.nl/...

De gouden regel 🥇

Gebruik AI om je eigen werk te verbeteren, niet om je werk te vervangen. Lever nooit iets in wat je zelf niet begrijpt of hebt bedacht.

✅ Waarvoor mag je AI gebruiken?

  • Interviewvragen verbeteren of aanscherpen
  • Spelling en formulering controleren
  • Feedback geven op een conclusie
  • Helpen bij het samenvatten van informatie
  • Ideeën ordenen en structureren
  • Verslagstructuur verbeteren
  • Pitch-tekst helpen opbouwen
  • Controleren wat er nog mist in je verslag

❌ Dit mag NIET

  • Je verslag helemaal door AI laten schrijven
  • Tekst inleveren die je zelf niet begrijpt
  • Observaties of telresultaten verzinnen
  • Interviews of enquête-antwoorden laten bedenken door AI
  • Je conclusie laten schrijven zonder eigen analyse
⚠️
Let op

Controleer altijd of de informatie die AI geeft klopt. AI kan fouten maken of dingen verzinnen.

Voorbeeldprompts die je kunt gebruiken

Kopieer deze prompts en pas ze aan op jouw onderzoek:

💬 Interviewvragen verbeteren
"Kun je onze interviewvragen verbeteren zodat ze duidelijker en bruikbaarder zijn voor een onderzoek naar verkeersveiligheid? Hier zijn onze vragen: [plak jouw vragen]"
💬 Feedback op conclusie
"Kun je feedback geven op onze conclusie? Hier zijn onze onderzoeksresultaten: [beschrijf je resultaten]. En hier is onze conclusie: [plak je conclusie]"
💬 Checken wat er mist
"Kun je controleren welke onderdelen nog missen in ons verslag? Het verslag moet deze onderdelen bevatten: [lijst van verplichte onderdelen]. Tot nu toe hebben we: [beschrijf wat je al hebt]"
💬 Tekst netter formuleren
"Kun je deze tekst netter formuleren zonder de inhoud te veranderen? Hier is de tekst: [plak je tekst]"
💬 Inleiding opbouwen
"Kun je helpen om van deze losse punten een logische inleiding te maken? Onze losse punten: [opsomming]. Het gaat over: verkeersveiligheid bij [naam locatie]"
💬 Oplossing toetsen
"Is onze oplossing duidelijk genoeg uitgelegd? Hier is onze oplossing: [beschrijf de oplossing]. Het probleem dat we oplossen is: [beschrijf het probleem]"
💬 Argumenten controleren
"Kun je controleren of onze argumenten goed aansluiten bij ons onderzoek? Hier zijn onze onderzoeksresultaten: [resultaten]. Hier zijn onze argumenten: [argumenten]"

Inhoud van het verzameldocument / adviesrapport

Je verslag moet de volgende onderdelen bevatten. Hieronder staat per onderdeel wat er precies in moet staan.

1
Voorblad
  • Titel van het project en de gekozen locatie
  • Namen van alle teamleden
  • Klas en datum van inleveren
  • Naam van de school (CSG Dingstede)
2
Inhoudsopgave

Een overzicht van alle hoofdstukken met paginanummers. Maak deze pas helemaal aan het einde.

3
Inleiding
  • Korte introductie van het project
  • Welke situatie hebben jullie gekozen en waarom?
  • Welke vraag gaan jullie beantwoorden?
  • Wat is het doel van het onderzoek?
4
Beschrijving van de gekozen situatie
  • Waar bevindt de situatie zich precies? (adres of omschrijving)
  • Plattegrond of situatieschets met legenda
  • Welke verkeersdeelnemers zijn betrokken?
  • Wat maakt deze plek onveilig? (eerste indruk)
5
Probleemomschrijving & doelgroep
  • Wat is het exacte probleem? (in 2–4 zinnen)
  • Welk gedrag speelt een rol?
  • Voor wie is de situatie het gevaarlijkst? (dit is je doelgroep)
6
Onderzoeksopzet
  • Hoe hebben jullie onderzoek gedaan?
  • Welke methoden hebben jullie gebruikt? (observatie, telling, interview, deskresearch)
  • Wanneer en waar hebben jullie gemeten?
7
Onderzoeksresultaten
  • Observaties (wat heb je gezien?)
  • Tellingen in tabellen (bijv. aantal fietsers per tijdstip)
  • Interviewresultaten of enquêteresultaten
  • Relevante informatie uit deskresearch
  • Minimaal 2 tabellen en 1 grafiek
8
Analyse
  • Wat viel op in de resultaten?
  • Welk gedrag is problematisch en waarom?
  • Verbind de data aan het probleem
  • Trek conclusies: waarom is de situatie onveilig?
9
Oplossingen & advies
  • Mogelijke oplossingen (overzicht van je ideeënbrainstorm)
  • Keuze en onderbouwing van de twee gekozen oplossingen
  • Oplossing 1: minimaal budget, maximaal effect — volledig uitgewerkt
  • Oplossing 2: ideale situatie zonder beperkingen — volledig uitgewerkt
  • Conclusie: wat is jullie definitieve advies en waarom?
10
Bronnenlijst & bijlagen
  • Alle gebruikte bronnen netjes vermeld
  • Bijlagen: originele telformulieren, enquêteformulieren, foto's, extra materiaal

Netheid en verzorging

✅ Doe dit altijd

  • Duidelijke titels en tussenkoppen gebruiken
  • Logische volgorde aanhouden
  • Spelling controleren (gebruik Word of AI)
  • Verzorgd taalgebruik
  • Tabellen en afbeeldingen op de juiste plek
  • Paginanummers en inhoudsopgave

❌ Vermijd dit

  • Losse aantekeningen als eindresultaat inleveren
  • Afbeeldingen zonder uitleg of bijschrift
  • Kopiëren van websites zonder bronvermelding
  • Wisselende lettertypen of kleuren
  • Onderdelen overslaan

Jouw pitch in 5 minuten ⏱️

Een goede pitch is helder, overtuigend en goed voorbereid. Jullie team presenteert samen — iedereen spreekt.

Structuur van de pitch

1
Het probleem — 1 minuut

Vertel duidelijk welke situatie jullie hebben onderzocht en waarom die onveilig is. Laat een foto of kaart zien. Maak het concreet: wie loopt risico, waar, wanneer?

2
Het onderzoek — 1 minuut

Vertel kort hoe jullie het onderzocht hebben: observaties, tellingen, interviews. Noem een paar opvallende bevindingen. Laat een tabel of grafiek zien.

3
De conclusie — 30 seconden

Wat is de kern van jullie bevinding? Verwoord in twee à drie zinnen waarom de situatie onveilig is, gebaseerd op jullie data.

4
De twee oplossingen — 1,5 minuut

Leg beide oplossingen helder uit. Wat is de aanpak, wie voert het uit, wat is het verwachte effect? Maak het visueel als dat helpt (schets, foto, diagram).

5
Het advies — 1 minuut

Sluit af met jullie definitieve advies. Welke oplossing bevelen jullie als eerste aan en waarom? Eindig met een krachtige afsluiting.

Tips voor een sterke pitch

🗣️

Spreek helder

Spreek rustig, luid en duidelijk. Spreek naar de klas, niet naar het scherm. Maak oogcontact.

📊

Minimale tekst op slides

Gebruik slides als ondersteuning, niet als spiekbriefje. Gebruik beelden, grafieken en steekwoorden.

⏱️

Oefen op tijd

Oefen de pitch vooraf met een stopwatch. Vijf minuten is korter dan je denkt. Schrap wat niet nodig is.

🤝

Verdeel de rollen

Iedereen spreekt. Verdeel de onderdelen eerlijk en zorg dat de overdrachten soepel gaan.

⚠️
Let op

Lees niet voor van een briefje. Je mag steekwoorden gebruiken, maar je verhaal moet vloeiend en overtuigend klinken.

💡
Handig hulpmiddel

Beoordeel jezelf voor elke categorie voordat je inlevert. Docenten: gebruik de punten per niveau voor de eindbeoordeling. De berekening: (behaalde punten ÷ max. punten) × 9 + 1.

Criterium Onvoldoende
1 punt
Matig
2 punten
Voldoende
3 punten
Goed
4 punten
1. Onderzoek & gegevensverzameling Er is nauwelijks onderzoek gedaan. Geen echte data, tellingen of interviews aanwezig. Er is beperkt onderzoek gedaan. Data is aanwezig maar onvolledig of niet goed gedocumenteerd. Observaties, tellingen en minimaal 3 interviews/enquêtes zijn aanwezig en duidelijk beschreven. Uitgebreid en gevarieerd onderzoek: meerdere tijdstippen, gedetailleerde aantekeningen, heldere documentatie van alle methoden.
2. Analyse van de situatie Er is geen of nauwelijks analyse. Conclusies ontbreken of zijn niet onderbouwd. Er is een begin van een analyse, maar de link tussen data en conclusie is onduidelijk. De situatie is helder beschreven. Gedrag is benoemd. Conclusies worden onderbouwd met data. Diepgaande analyse: meerdere oorzaken benoemd, gedrag en inrichting worden beide besproken, conclusies zijn sterk onderbouwd.
3. Kwaliteit van de oplossingen Oplossingen ontbreken of zijn vaag en niet uitgewerkt. Twee oplossingen zijn benoemd maar niet of nauwelijks onderbouwd. Beide oplossingen (goedkoop + ideaal) zijn duidelijk beschreven en onderbouwd met argumenten uit het onderzoek. Creatieve, realistische én goed onderbouwde oplossingen. Het verwachte effect is uitgelegd en het verschil tussen de twee oplossingen is helder.
4. Rapport / verzameldocument Het verslag is onvolledig, onverzorgd of belangrijke onderdelen ontbreken. Verslag is aanwezig maar mist onderdelen of is slecht gestructureerd. Alle verplichte onderdelen aanwezig, netjes opgesteld, bronnenlijst aanwezig, tabellen en grafieken verwerkt. Volledig, verzorgd en professioneel verslag. Alles klopt, de opbouw is logisch, taalgebruik is correct en tabellen/grafieken zijn helder toegelicht.
5. Samenwerken & scrummen Één of meer leerlingen doen nauwelijks mee. Scrumbord is niet bijgehouden. Samenwerking is wisselend. Scrumbord is gestart maar niet consequent bijgehouden. Iedereen heeft taken uitgevoerd. Scrumbord is redelijk bijgehouden. Er is overleg geweest. Het team werkt goed samen, taken zijn eerlijk verdeeld, het scrumbord is bijgehouden, iedereen weet wat hij heeft bijgedragen.
6. Pitch / presentatie De pitch is onduidelijk, te kort of te lang. Niet alle teamleden spreken. Inhoud is onvolledig. De pitch is aanwezig maar bevat lacunes. Niet iedereen spreekt even goed. Structuur is matig. Alle onderdelen van de pitch zijn aanwezig. Iedereen spreekt. De pitch duurt maximaal 5 minuten. Het probleem en de oplossingen zijn duidelijk. Krachtige, overtuigende pitch. Duidelijke structuur, iedereen spreekt vol vertrouwen, beeldmateriaal ondersteunt het verhaal, sterk advies als afsluiting.

📊 Puntenoverzicht

Per criterium zijn er maximaal 4 punten te behalen. Er zijn 6 criteria, dus het maximum is 24 punten.

NiveauPunten per criteriumTotaal bij alle criteria dit niveau
Onvoldoende1 punt6 punten (bij alles onvoldoende)
Matig2 punten12 punten (bij alles matig)
Voldoende3 punten18 punten (bij alles voldoende)
Goed4 punten24 punten (bij alles goed)

🧮 Cijfercalculator — voor docenten

Voer per criterium het aantal behaalde punten in (1–4). Het cijfer wordt berekend met de formule: (behaalde punten ÷ 24) × 9 + 1

Behaalde punten
— / 24
Berekening
— ÷ 24 × 9 + 1
Eindcijfer

📋 Punten → Cijfer overzicht

Formule: (punten ÷ 24) × 9 + 1 — afgerond op 1 decimaal.

Punten6789101112131415161718192021222324
Cijfer 3,33,64,04,44,85,15,55,96,36,67,07,47,88,18,58,99,39,610,0

Minimum bij alle criteria onvoldoende (6 punten) = cijfer 3,3 · Maximum (24 punten) = 10,0 · Voldoende grens: 14 punten = 6,3

Hoe kiezen we een goede verkeerssituatie?
Een goede situatie is een plek die je écht kunt bezoeken, waar meerdere soorten verkeersdeelnemers betrokken zijn (minstens 3) en waar je duidelijk kunt zien dat er iets onveilig is. Denk aan gevaarlijke oversteken, smalle fietspaden, drukke schooluitgangen of kruispunten zonder goed zicht. Kies iets concreets — niet "verkeer in het centrum" maar een specifiek punt of kruispunt.
Moet iedereen eerst zelf een situatie bedenken?
Ja, iedere leerling bedenkt zelf minimaal één situatie voor je als team een keuze maakt. Zo heeft iedereen nagedacht en iets ingebracht, en kun je de beste optie uit meerdere ideeën kiezen. Dit staat ook in stap 1 van het stappenplan.
Hoeveel onderzoek moeten we doen?
Je hebt minimaal nodig: observaties op de locatie (minstens 2 tijdstippen), een telling (minstens 15–20 minuten), minimaal 3 ingevulde interviews of enquêtes, en enige deskresearch (informatie opzoeken over het onderwerp). Dit is het minimale niveau voor een voldoende. Voor een goed doe je meer: meer tijdstippen, meer geïnterviewden, betrouwbare externe bronnen.
Hoeveel tellingen of interviews zijn genoeg?
Voor een voldoende: minstens één telling van 15–20 minuten en minimaal 3 interviews of ingevulde enquêtes. Voor een goed: meerdere tellingen op verschillende momenten (bijv. ochtendspits én middagspits), en meer respondenten (5 of meer). De kwaliteit telt ook: goed gedocumenteerd en verwerkt in nette tabellen.
Mogen we AI gebruiken?
Ja, AI mag worden gebruikt als hulpmiddel — maar niet als vervanger van je eigen werk. Je mag AI gebruiken om teksten te verbeteren, feedback te krijgen, spelfouten te corrigeren of ideeën te ordenen. Wat je nooit mag: alles door AI laten schrijven, data laten verzinnen of tekst inleveren die je zelf niet begrijpt. Zie de pagina 'AI slim gebruiken' voor concrete tips en voorbeeldprompts.
Wat moet er precies in ons verslag?
Ga naar de pagina 'Eindproduct' voor een volledige checklist. In het kort: voorblad, inhoudsopgave, inleiding, situatiebeschrijving, probleemomschrijving, doelgroep, onderzoeksopzet, resultaten (met tabellen en grafiek), analyse, oplossingen (2 stuks), conclusie en advies, en bronnenlijst.
Wat als onze oplossing niet echt uitvoerbaar is?
Dat is soms prima — zeker voor de ideale oplossing. Die hoeft juist niet realistisch qua budget of regelgeving te zijn. Bij de goedkope oplossing is het wel belangrijk dat het haalbaar is. Onderbouw altijd waarom je keuze logisch is, ook als het ambitieus is. Een creatieve maar goed uitgelegd idee scoort beter dan een saai maar makkelijk idee.
Hoe verdelen we het werk goed?
Gebruik het scrumbord! Schrijf alle taken op en verdeel ze eerlijk. Zorg dat elke taak duidelijk is en in één les te doen. Controleer aan het begin van elke les of iedereen weet wat hij doet. Als iemand niets heeft, pak je een taak van de 'Te doen'-kolom. Zie de 'Scrum & samenwerken' pagina voor meer uitleg en tips.
Wat doen we als we vastlopen?
Bespreek als team wat er precies vastloopt. Kijk op het scrumbord. Maak de taak kleiner als hij te groot is. Vraag gericht hulp aan de docent (niet "wij snappen het niet", maar beschrijf precies wat niet lukt). Je kunt ook de AI-pagina raadplegen voor hulp bij formuleren of structureren. Geef nooit op zonder hulp gevraagd te hebben.
Wat als niet iedereen in ons team evenveel werkt?
Bespreek dit eerst in het team. Soms weet iemand niet goed wat hij moet doen — verdeel dan opnieuw. Als het echt een probleem blijft, meld het dan bij de docent. Samenwerking telt mee in de beoordeling. Iedereen is zelf verantwoordelijk voor zijn bijdrage.
Hoe lang moet de pitch zijn?
Maximaal 5 minuten. Dat klinkt lang, maar is korter dan je denkt. Oefen vooraf met een stopwatch. Te lang is ook een minpunt: hou je aan de tijd. Alle teamleden moeten spreken.
Hoe weten we of onze bron betrouwbaar is?
Kijk of er een duidelijke auteur of organisatie achter staat, of de datum recent is, en of de site een duidelijk doel heeft (informeren, niet verkopen). Betrouwbare bronnen zijn o.a. overheidswebsites (.nl), onderwijsinstellingen, erkende organisaties zoals VVN of SWOV, en nieuwssites van gevestigde media. Wikipedia kan helpen als startpunt, maar gebruik het niet als enige of primaire bron.